Wesel als vestingstad

Gelegen aan de samenvloeiing van de Rijn en de Lippe, kon Wesel het lot bijna niet ontgaan om een vestingstad te worden. Alle machten die sinds de 17e eeuw beslag op Wesel legden beschermden de stad met hun vestingen. Van 1614 tot 1629 belegerden de Spanjaarden de stad, daarna volgden de Nederlanders tot 1672 gevolgd door de Fransen tot 1674.

In hetzelfde jaar bezette Frederik Wilhelm, de grote keurvorst van Brandenburg (1640-1688) de stad met zijn troepen en leidde hiermee een lange periode van de facto Brandenburgs-Pruisische heerschappij in. In zijn regeringsperiode en in die van zijn opvolgers, koning Frederik I. (1701-1713, keurvorst sinds 1688) en koning Frederik Wilhelm I. (1713-1740) ontstond in Wesel met haar machtige citadel een van de sterkste vestingen van de staat. Afgezien van een paar korte onderbrekingen bleven de Brandenburgse keurvorsten en Pruisische koningen tot in de tijd van Napoleon heersers over de stad.

Van 1806 tot 1814 werd Wesel een belangrijke hoeksteen van de Napoleontische heerschappij in Noord-Duitsland, waarna het weer onder de scepter van de Pruisische monarchie viel (tot 1918).

Stad en garnizoen

De gordel van het vestingcomplex verstikte de stad in wetenschappelijk opzicht. Van de dertien poorten van de Hanzestad bleven slechts vier over. Blekerijen, weideland, molens en “baksteengroeven” moesten worden opgegeven. Iedere uitbreiding voorbij de nauwe ring van vestinggebouwen werd verboden. De rijke handelaars in Wesel, voornamelijk de lakenfabrikanten, verlieten de stad.

Veel burgerhuizen werden door militair personeel bewoond, tegen kwartiergeld. De eerste kazernen in Wesel ontstonden rond 1770, bedoeld voor soldatenfamilies. Rond 1780 leefden ongeveer 10.000 mensen in de stad, waarvan veel meer dan de helft (familielid van een) soldaat was. Pas met de grootschalige aanleg van kazernes in de 19e eeuw werd verzocht de stad meer lucht te geven. Het leven van de inwoners van Wesel werd bepaald door het leger. Door de generaties heen wende het samenleven met militairen voor de inwoners.

Ook in de 19e eeuw werd een grote rol voor de vesting Wesel – nu weer onder Pruisisch regime – voorzien. Het moderne sterkere geschut met meer bereik leidde tot de constructie van meerdere buitenforten gedurende de eeuw. De opdracht was om vijandelijk artillerievuur weg te houden van Wesel en de nieuwe spoorbaan te dekken. Twee van deze forten zijn tot op de dag van vandaag gedeeltelijk bewaard gebleven: het Fort Furstenberg (1856-60, nu kerk “Zu den Heiligen Engeln”) en Fort I (1881/82) aan de linkerkant van de Rijn.

Voor de vesting mocht in een radius van 1,5 km niet gebouwd worden om een vrij schietveld te waarborgen. De stad kon zich niet verder uitbreiden en verloor aldus de aansluiting met de industriële revolutie. Pas in 1886 begon het lange proces van de ontmanteling van de vesting. De laatste delen van de citadel, als ook de buitenforten I., II. en Fort Blüchers moesten na ondertekening van het verdrag van Versailles gesloopt worden.

Hugenoten bouwen een vesting van religieuze vrijheid

De grote keurvorst Frederik Wilhelm opende in 1865 zijn landen voor evangelische geloofsvluchtelingen, die door de Franse “Zonnekoning” Lodewijk XIV. gedwongen werden te emigreren. Zij stelden aan hun nieuwe landsheer hun weten, kunnen, militaire ervaring en zwaarden ter beschikking. Al doende waren de eerste drie bouwmeesters van de Brandenburgs-Pruisische vesting Wesel hugenoten, die de leer van de invloedrijke krijgswetenschapper Vauban volgden en met de meest moderne theorieën Wesel uitbouwden tot een van de meest moderne vestingen. Een belangrijke reden om de reusachtige vesting te bouwen waren de Nederlanders, die zich in het nauw gedreven voelden door de militaire expansiedrang van Lodewijk XIV. Wesel zou dienen als een sterke uitvalsbasis voor de gemeenschappelijke Nederlands-Brandenburgse operaties. Zo beschermde de machtige vesting Wesel de evangelische religieuze vrijheid in Nederland en de Nederrijn.

Wereldoorlogen in de 20e eeuw

In de oorlogsjaren 1914 tot 1918 was Wesel een militair verzamelpunt. Duizenden soldaten trokken vanaf hier naar het front. Nadat de oorlog door de Duitsers verloren werd, veranderde dit drastisch. De door de overwinnaars gedwongen demilitarisering van het Rijnland leidde ook tot leegstand in de kazernen van Wesel.

Nadat de nationaalsocialisten de macht grepen in januari 1933 begon Duitsland stapsgewijs met de bewapening. Wesel werd opnieuw een belangrijk militair oord. Wat ooit Wesels bloei inleidde, de strategische ligging aan Rijn en Lippe, werd in de Tweede Wereldoorlog Wesels noodlot. In de bommenregen van geallieerde aanvallen werd Wesel vrijwel volledig verwoest. Van de binnenstad lag 97 procent in puin. De inwoners van Wesel gaven echter niet op en begonnen in 1949 met de nijverige wederopbouw van hun stad, op dezelfde plek. Zo kreeg Wesel een volledig nieuw gezicht.

Evenementen Stadtinformation (VVV-bureau): +49 (0)281 / 244 98 Facebook Google + Contact